Ziektes, plagen en onkruiden


Een plaag is een organisme met eigenschappen die mensen als schadelijk of ongewenst beschouwen, omdat het hen schade toebrengt, bvb aan de landbouw. Dit kan zowel een schimmelziekte zijn, schadelijke insecten, dieren (vb. een rat), virussen of onkruiden. De definitie van een plaag is natuurlijk erg subjectief. Een ecoloog zal een bladetende rups op een plant niet noodzakelijkerwijs als een plaag beschouwen, maar een landbouwer die deze plant kweekt voor voedselconsumptie, zal dat waarschijnlijk wel zo zien.
Gewassen moeten worden beschermd tegen een verscheidenheid aan plagen die een bedreiging vormen voor het gewas. Insecticiden, fungiciden en herbiciden zijn gewasbeschermingsmiddelen. Insecticiden worden gebruikt om insectenplagen zoals bladluizen te bestrijden. Met fungiciden behandelt men schimmels die van invloed kunnen zijn op het kiemen van zaden, de groei van gewassen en de kwaliteit van de geoogste producten. Met herbiciden bestrijdt men plantaardige plagen zoals vogelmuur, kleefkruid en vossenstaart, die het landbouwgewas van licht, water en voedsel beroven. Hoewel deze drie de meest voorkomende gewasbeschermingsmiddelen zijn, worden er nog andere soorten tegen specifieke plagen gebruikt. Mollusciciden of slakkenmiddelen worden bijvoorbeeld gebruikt tegen naaktslakken, acariciden tegen mijten en rodenticiden om ratten te bestrijden.

Resistentie
Plagen kunnen resistentie tegen de gewasbeschermingsmiddelen ontwikkelen. Resistentie kan men definiëren als een erfelijke wijziging in de gevoeligheid van de populatie van een plaag, die blijkt uit de herhaalde mislukking van een product om het verwachte bestrijdingsniveau te bereiken bij gebruik volgens de aanbeveling op het etiket. Resistentie kan optreden als gevolg van het herhaalde gebruik van eenzelfde product, of van het gebruik van producten met een zelfde soort werking tegen de beoogde plaag.
Kruisresistentie treedt op wanneer de resistentie tegen één product eveneens resistentie verleent tegen een ander product, zelfs wanneer de plaag niet aan het laatste product werd blootgesteld. Het is dus van belang om af te wisselen tussen de gebruikte middelen. De beste methode om om te gaan met resistentie is Integrated Pest Management (IPM). Dat is het gebruik van alle beschikbare bestrijdingsmethoden (fysisch, natuurlijk en chemisch) op een economische en duurzame manier.

Het vinden van het juiste evenwicht
Insecten, slakken en andere plagen spelen echter een cruciale rol in het natuurlijke ecosysteem. Dus is het belangrijk om een verstandig evenwicht te bewaren tussen gezonde, rendabele gewassen en de natuur die in en rondom het gebied gedijt.
Gewasbeschermingsmiddelen kunnen worden toegepast:

  • op velden voor het beplanten of op zaden voor het uitzaaien – om het gewas van meet af aan te beschermen;
  • op velden tijdens de groeifase van het gewas – om het gewas te beschermen;
  • op de geoogste producten – om aantasting tijdens de opslag te voorkomen;
  • tijdens de verwerking, het verpakken en het transport – om de kwaliteit, het uiterlijk en de houdbaarheid van het voedsel te beschermen.

Gewasbeschermingsmiddelen hebben uiteraard een bepaalde toxiciteit, daarop is hun werking gebaseerd. Maar deze toxiciteit manifesteert zich alleen naar de specifieke doelen waartegen ze gericht zijn. Tegenwoordig worden gewasbeschermingsmiddelen specifiek ontworpen met drie eigenschappen. Zij moeten:

  • veilig zijn: niet schadelijk voor mensen die ermee in contact komen tijdens de productie, de toepassing of het consumeren van voedsel;
  • specifiek zijn: alleen doeltreffend tegen de ziekten, insecten en onkruiden waartegen ze gericht zijn;
  • een korte levensduur hebben: nadat zij het gewenste effect hebben teweeggebracht, moeten zij gemakkelijk afgebroken worden in onschadelijke bestanddelen, zonder schadelijke gevolgen voor het milieu.

Biodiversiteit
Vanaf het moment dat de mens duizenden jaren geleden begon met het bewerken van het land om voedsel te produceren voor het gezin en de gemeenschap, had hij te kampen met onkruid, insecten en ziekten die ook op zoek waren naar een goede voedselbron. Niet al deze belagers zijn slecht en in feite is een goede mix van wilde fauna (de zogenaamde biodiversiteit) essentieel voor het behoud van een natuurlijk evenwicht in het ecosysteem. De moderne landbouwer stimuleert de biodiversiteit in zijn velden door het toevoegen van keverbanken, wilde bloemen en hagen rond zijn gewassen om een goede mix van wilde fauna te handhaven. Lees meer over biodiversiteit.

Toch kunnen er plagen en ziekten zijn die de velden teisteren, die niet in evenwicht kunnen worden gehouden door de plaatselijke insecten en vogels en die, indien zij niet onder controle worden gehouden, ernstige schade kunnen toebrengen aan het groeiende gewas of het zelfs verwoesten. En daarvoor zijn gewasbeschermingsmiddelen nodig.