Bijensterfte: diverse oorzaken
Bijenexperts, wetenschappers en overheden over de ganse wereld zijn het eens dat diverse factoren verantwoordelijk zijn voor de sterfte van bijen. De problemen met bijen kunnen toegewezen worden aan ziektes en parasieten (in het bijzonder de Varroa-mijt), buitengewone milieu- en klimaatomstandigheden, het verminderde voedselaanbod, maar ook landbouw en imkerpraktijken. Dit werd recent nog bevestigd in een wetenschappelijke studie van het Europese Voedselagentschap EFSA. Je kan het rapport hier downloaden.
Tot op heden is niet bevestigd dat gewasbeschermingsmiddelen, die gebruikt worden zoals vermeld op het etiket, een rol spelen bij de bijensterfte. Zo is in Frankrijk de bijensterfte niet afgenomen ondanks een verbod op het gebruik van een aantal belangrijke neonicotinoïden (een bepaalde groep insecticiden). Anderzijds wordt in Australië, waar gelijkaardige gewasbeschermingsmiddelen gebruikt worden, geen probleem met bijensterfte gemeld, maar daar blijkt ook geen aantasting te bestaan door de Varroa-mijt.
Gewasbeschermingsmiddelen worden grondig getest op risico voor bijen
Aan het op de markt brengen van een gewasbeschermingsmiddel gaan heel wat jaren van intensief onderzoek en ontwikkeling vooraf. Vanaf de ontdekking van een nieuwe molecule duurt het gemiddeld 10 jaar tot ze kan worden verkocht. Tijdens de ontwikkelingsfase gebeuren allerhande proeven om de landbouwkundige doeltreffendheid, de veiligheid voor de gebruiker en de consument en de veiligheid voor milieu en niet-doelorganismen te onderzoeken. Met die laatste worden onder meer bodemorganismen, vogels, vissen, nuttige insecten en dus ook bijen bedoeld.
Alle testen voor een erkenningsdossier worden uitgevoerd volgens internationale richtlijnen die zowel de procedures voor de uitvoering als de kwaliteit van de proeven vastleggen. Om het risico voor bijen te testen, wordt een trapsgewijze benadering gevolgd. Er wordt gestart met studies in het labo om gaandeweg over te gaan naar meer realistische gebruiksomstandigheden in het veld. Veldtesten zijn groter in opzet en complexer in opvolging omdat heel wat verschillende parameters worden opgevolgd, zoals sterfte maar ook gedrag en populatiedynamiek. Met deze gegevens kan een erkenningsdossier voorgelegd worden aan de bevoegde overheid die een uitgebreide risico-evaluatie zal uitvoeren. Ook deze risico-evaluatie is gebonden aan strikte internationale richtlijnen.
Evaluatie van het risico en risicobeperkende maatregelen
Belangrijk is het onderscheid tussen de begrippen 'gevaar' en 'risico'. Gevaar wijst op een intrinsieke eigenschap van een stof. Risico houdt ook rekening met de kans en de mate van blootstelling. Zo is bijvoorbeeld aardgas als explosieve stof gevaarlijk, maar het risico om het te gebruiken voor de verwarming van huizen wordt aanvaardbaar geacht.
Ook voor gewasbeschermingsmiddelen wordt grondig geëvalueerd of het risico bij het beoogd gebruik aanvaardbaar is. Is dat zo, dan wordt de erkenning verleend. Indien het risico niet aanvaardbaar wordt bevonden, dan kan de erkenning ofwel geweigerd worden, ofwel kunnen risicobeperkende maatregelen opgelegd worden. Dat kan een dosisvermindering inhouden, een verplichting tot plaatselijke behandeling of een beperking van het aantal behandelingen. Specifiek voor bijen zou het een verbod kunnen inhouden om het middel te gebruiken tijdens de bloei van het gewas.
Stewardship
Na de erkenning blijft de gewasbeschermingsmiddelenindustrie het gebruik opvolgen. Dit wordt “stewardship” genoemd. Eén van de sleuteltaken is de permanente communicatie rond ‘goed gebruik’. Daar waar verbeteringen rond de aanbevelingen mogelijk of aangewezen zijn, worden ze bijgewerkt en gecommuniceerd naar de gebruikers.
Aanpassingen voor zaaizaadbehandeling
Een duidelijk voorbeeld hiervan zijn de aangepaste aanbevelingen voor de zaadbehandeling en zaai van behandeld zaad, waarvoor een intensieve communicatiecampagne is opgestart naar de zaadindustrie enerzijds en de landbouwers/loonwerkers anderzijds. De Federale Overheid voerde begin 2010 een voorzorgsmaatregel in en verplichtte het uitrusten van maïszaaimachines met deflectoren om de stofdrift te beperken.
Lees
hier het persbericht van 22 januari 2010 van de FOD Leefmilieu over het aanpassen van de maïszaaimachines.
Bijen-vriendelijk spuiten
Een ander recent voorbeeld is de poster met tips voor bijen-vriendelijk spuiten die PROCLAM en Phytofar samen opstelden om de landbouwers en loonsproeiers te informeren over hoe ze ervoor kunnen zorgen dat de bijen niet in aanraking komen met de gespoten gewasbeschermingsmiddelen.
|
Samen met PROCLAM (Provinciaal Centrum voor Landbouw en Milieu van West-Vlaanderen) heeft Phytofar tips voor het bijen-vriendelijk spuiten van gewasbeschermingsmiddelen opgesteld. Bijen-vriendelijk spuiten, dat is kort samengevat het aandachtig lezen van het etiket, werken op een milieubewuste manier en het naleven van de goede praktijken, en tot slot duidelijke afspraken maken met de imkers in de buurt van de te bespuiten velden.
Download hier de poster met alle tips voor bijenvriendelijk spuiten van gewasbeschermingsmiddelen.
|